Curriculum - site van de Vlaamse overheid


 

Basisonderwijs: definitie eindtermen en ontwikkelingsdoelen
Veelgestelde vragen

Vragen van ouders

  1. Waarvoor zijn ontwikkelingsdoelen en eindtermen nuttig?
  2. Moeten alle kinderen hetzelfde leren op de basisschool?
  3. Kan mijn kind in het gewoon onderwijs vrijgesteld worden van bepaalde eindtermen omdat het die toch nooit zal bereiken?

 

Vragen van leraren in de eerste graad secundair onderwijs

  1. Wat mag ik verwachten dat een kind kan op het einde van het basisonderwijs?

 

Vragen van leraren in het kleuteronderwijs

  1. Moet een kind alle ontwikkelingsdoelen beheersen vooraleer het mag overgaan naar het eerste leerjaar?

 

Vragen van leraren op het einde van de basisschool

  1. Moet een kind alle eindtermen hebben bereikt vooraleer het een getuigschrift basisonderwijs krijgt?
  2. Wat zijn de mogelijkheden voor kinderen die hun getuigschrift toch niet halen in het basisonderwijs?
  3. Kunnen scholen een bepaalde norm hanteren voor het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs?

 

Vragen van scholen

  1. Mogen we ouders een school voor buitengewoon onderwijs adviseren indien we denken dat een kind toch nooit de eindtermen van het gewoon onderwijs zal halen?
  2. Kan een school een slechte beoordeling van de inspectie krijgen wanneer te weinig leerlingen een getuigschrift basisonderwijs behalen?

 

Vragen rond wijziging eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het leergebied Wereldoriëntatie in het basisonderwijs

  1. Wat houdt de wijziging in?
  2. Nieuwe leerplannen?
  3. Andere aanpak?
  4. Meer informatie?

 


Vragen van ouders

1. Waarvoor zijn ontwikkelingsdoelen en eindtermen nuttig?

Ontwikkelingsdoelen en eindtermen zijn nuttig omdat ze voor iedereen de kern van het onderwijsaanbod in het gewoon onderwijs aangeven. Ze maken duidelijk wat men in elke kleuter- of lagere school voor gewoon onderwijs zeker mag verwachten. In het kader van een gelijke kansenbeleid is dit niet onbelangrijk. Daarmee wordt immers gegarandeerd dat ieder kind, waar het ook naar school gaat, die eindtermen of ontwikkelingsdoelen aangeboden krijgt.
Eindtermen en ontwikkelingsdoelen zijn doelen die mee de kwaliteit van het onderwijs bewaken. Scholen en leerkrachten streven er naar om deze maatschappelijke opdracht zo goed mogelijk waar te maken. Voor sommige kinderen ligt het streven te hoog, maar voor de meeste kinderen is het goed realiseerbaar.

Voor de overheid zijn de eindtermen nuttig omdat ze een goed criterium zijn. Bijvoorbeeld om de inspanningen van scholen te laten beoordelen door de inspectie. Of om te onderzoeken wat kinderen kennen en kunnen wanneer ze het basisonderwijs verlaten. Bij ons in Vlaanderen doet men daarvoor peilingonderzoeken. Dat wil zeggen dat men enkele toetsen afneemt, niet van alle kinderen maar bij een representatieve steekproef van kinderen.

Voor kinderen in het buitengewoon onderwijs, geven de ontwikkelingsdoelen en eindtermen een overzicht van de doelen waaruit de klassenraad kan selecteren voor een bepaalde leerling of leerlingengroep. De klassenraad doet dit in samenspraak met het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en indien mogelijk in overleg met de ouders. Dat kan een selectie zijn uit de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon onderwijs maar ook uit de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het gewoon onderwijs. Dat hangt af van de onderwijs- en opvoedingsvraag die zich bij het kind stelt.

naar boven

2. Moeten alle kinderen hetzelfde leren op de basisschool?

Als ouder mag u rekenen op een kernaanbod in elke basisschool. Eindtermen geven immers aan waar elke school bij elk kind minimaal moet naar streven. Scholen mogen uiteraard ook van elkaar verschillen. Zij kunnen bijvoorbeeld eigen accenten leggen of eigen prioriteiten toevoegen.

De eindtermen vragen ook niet dat kinderen allemaal hetzelfde leren op hetzelfde ogenblik. Sommige kinderen hebben wat meer tijd nodig of een aangepaste aanpak. Andere hebben minder tijd nodig en kunnen sneller evolueren of vinden uitdagingen in extra opdrachten. Ook dat kan in een basisschool die zich soepel organiseert. Een goede leerkracht weet zeer goed wat een kind al kan en wat het nog net niet kan. Daarop bouwt hij verder. Elke leerkracht ondervindt dagelijks dat het tempo en de leerweg van de kinderen in zijn klas niet gelijk zijn en dat hij zijn aanbod en zijn evaluatie hieraan aanpast. De ene leerkracht gaat hierin verder dan de andere. Maar hoe dan ook, niet alle kinderen moeten hetzelfde kunnen op hetzelfde tijdstip. Kinderen mogen verschillen.

naar boven

3. Kan mijn kind in het gewoon onderwijs vrijgesteld worden van bepaalde eindtermen omdat het die toch nooit zal bereiken?

Voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften, bijvoorbeeld omwille van een motorische, mentale of zintuiglijke beperking of omwille van een ernstige leer- of gedragstoornis, gaat de gewone school steeds na wat het kind extra nodig heeft om zoveel mogelijk eindtermen te bereiken. Veel is mogelijk en veel eindtermen kunnen verworven worden indien de kinderen maar de kans krijgen het op hún manier te doen. Scholen kunnen hierbij het volgende in overweging nemen.

  • Overweging 1:

  • De school vraagt zich eerst af welke hulpmiddelen of voorzieningen kunnen helpen.
    Bijvoorbeeld: brailleteksten of een doventolk voorzien, een spellingcorrector laten gebruiken, een andere instructie of andere oefenmogelijkheden aanbieden of een meer gestructureerde leeromgeving creëren.

  • Overweging 2:

  • Soms zullen deze extra voorzieningen of hulpmiddelen niet volstaan en zal de leerkracht voor die kinderen zijn lesdoelen en zijn aanbod moeten aanpassen.
    Bijvoorbeeld: teksten aanbieden op een lager taalbeheersingsniveau, wiskundige problemen met eenvoudigere probleemstellingen aanbieden.

  • Overweging 3:

  • In uitzonderlijke gevallen, wanneer extra faciliteiten of aanpassingen niet voldoende zijn, kan men in het gewoon onderwijs voor een kind met een handicap het nastreven van bepaalde doelstellingen achterwege laten (bijvoorbeeld bepaalde motorische vaardigheden voor kinderen met een fysieke handicap). De klassenraad beslist over deze vrijstelling en legt de vervangende activiteiten vast. Het is belangrijk dat men daarbij activiteiten kiest die een brede en harmonische ontwikkeling blijven garanderen voor het kind.

Op deze manier worden trajecten op maat van de kinderen uitgetekend, waarbij in het gewoon onderwijs de eindtermen een richtpunt blijven waar men naartoe werkt.

De ontwikkeling van de kinderen goed opvolgen en bijhouden is hierbij een vereiste. Op basis daarvan kan men, samen met al wie in de school betrokken is bij de begeleiding van het kind, de verdere aanpak afspreken. In het buitengewoon onderwijs vormt dit trouwens de kern van de handelingsplanning.

naar boven

Vragen van leraren in de eerste graad secundair onderwijs

4. Wat mag ik verwachten dat een kind kan op het einde van het basisonderwijs?

De groep leerlingen die het gewoon basisonderwijs verlaat is een heterogene groep. Leerkrachten van de ontvangende secundaire scholen moeten wel rekening houden met deze verschillen. Zij kunnen zich een beeld vormen van wat het aanbod in het basisonderwijs is geweest, bijvoorbeeld door zich te informeren over de inhoud van de eindtermen, de leerplannen en van gangbare materialen en leermiddelen. In algemene zin kunnen zij aannemen dat de meeste leerlingen dat aanbod ook goed verwerkt en verworven hebben.

Toch zegt dit nog niet wat elke individuele leerling al kent en kan: sommige kinderen staan verder dan andere. Net zoals bij de overgang tussen het kleuter- en het lager onderwijs is er ook hier sprake van een groei en ontwikkeling die doorloopt, vaak op heel verschillende ritmes. Wat sommige kinderen nog niet verwierven in de basisschool, komt voor hen misschien wat later. Rekening houden met deze verschillen en verder bouwen op wat kinderen al kennen en kunnen, is dus ook voor het secundair onderwijs een permanente uitdaging.

Voor leerlingen voor wie het schoollopen in het basisonderwijs niet zo vlot liep, zou het meegeven van nuttige informatie voor de secundaire school, een pluspunt kunnen zijn. Bijvoorbeeld: welke aanpak werkt motiverend bij dit kind of wat werkt net demotiverend? Wat is zijn of haar sterke kant? Welke extra hulp was er nodig in de loop van de lagere school?

naar boven

Vragen van leraren in het kleuteronderwijs

5. Moet een kind alle ontwikkelingsdoelen beheersen vooraleer het mag overgaan naar het eerste leerjaar?

Ontwikkelingsdoelen geven kleuterleidsters een goed overzicht van de kennis, het inzicht, de vaardigheden en attitudes die van belang zijn op kleuterleeftijd. Maar niet elk kind verwerft dit op hetzelfde ogenblik. Sommige kinderen zijn vroegbloeiers en andere laatbloeiers. De ontwikkeling loopt door in de lagere school en moet daar evengoed verdere kansen krijgen. Het is erg nuttig dat belangrijke informatie over de ontwikkeling van de kleuter en vooral over de aanpak die succesvol is, wordt doorgegeven aan de collega’s van het lager onderwijs zodat in een doorgaande lijn kan worden verder gewerkt. De ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs kunnen dus niet beschouwd worden als een checklist waaraan elke kleuter volledig moet beantwoorden op het einde van zijn kleuteronderwijs.

naar boven

Vragen van leraren op het einde van de basisschool

6. Moet een kind alle eindtermen hebben bereikt vooraleer het een getuigschrift basisonderwijs krijgt?

Het is de klassenraad, dit wil zeggen de directeur, de leerkrachten en het personeel van de school die van dichtbij betrokken zijn bij de leerling, die beslist over het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs. En dat is maar goed ook want zij kennen de leerling het best. De klassenraad oordeelt daarbij of de leerling de leerplandoelen waarin ook de eindtermen opgenomen zijn in voldoende mate heeft bereikt. Het spreekt voor zich dat niet elke doelstelling in dezelfde mate zal verworven zijn.

Het getuigschrift basisonderwijs opent de deuren voor een overstap naar het eerste leerjaar A van het secundair onderwijs. Op basis van het getuigschrift basisonderwijs kan een kind automatisch ingeschreven worden in het eerste leerjaar A. De instap in het eerste leerjaar A is ook mogelijk voor leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs nog niet behaalden mits een gunstig advies van de toelatingsklassenraad so. Een leerling die nog niet over het getuigschrift basisonderwijs beschikt, kan zich ook inschrijven in het eerste leerjaar B. Maar mét een getuigschrift kan het ook terecht in het eerste leerjaar B.

 

naar boven

7. Wat zijn de mogelijkheden voor kinderen die hun getuigschrift toch niet halen in het basisonderwijs?

Het basisonderwijs wordt voor de meeste kinderen afgesloten op hun twaalfde, nadat ze zes jaren doorbrachten in het lager onderwijs. Er zijn hierop natuurlijk ook uitzonderingen. Er zijn kinderen die een jaar vroeger instapten of die geen zes jaren nodig hadden en dus vroeger de basisschool kunnen verlaten. Een regelmatige leerling die minimum vier jaar in het basisonderwijs doorbracht en aan wie de klassenraad een getuigschrift uitreikt, kan de overstap maken naar het eerste leerjaar A van het secundair onderwijs.

Er zijn echter ook kinderen die al met een jaar vertraging in het lager onderwijs instappen of voor wie de zes jaren gewoon lager onderwijs niet voldoende blijken te zijn en die op hun twaalfde geen getuigschrift dreigen te behalen. Voor wie 12 jaar is, maar nog niet het volledige aanbod van het lager onderwijs volgde, kan de klassenraad samen met de ouders overwegen toch de overstap te maken naar het eerste leerjaar B van het secundair onderwijs in plaats van nog een jaar langer in het lager onderwijs door te brengen. Op die manier kunnen deze kinderen toch samen met leeftijdsgenoten meegroeien naar het secundair onderwijs en hun getuigschrift nog behalen na het eerste leerjaar B.
Wie 13 jaar is, kan ook zonder getuigschrift instappen in het buitengewoon secundair onderwijs.
Dit zijn de algemene principes, maar de toelatingsklassenraad van de secundaire school kan hierop nog afwijkingen toestaan. Dit gebeurt steeds in overleg met de ouders en na advies van het CLB. Op die manier zijn schoolloopbanen mogelijk op maat van de leerling.

naar boven

8. Kunnen scholen een bepaalde norm hanteren voor het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs?

Er is geen norm in termen van een bepaald percentage dat men moet halen op een welbepaalde toets. Wel zijn de eindtermen het referentiepunt waartegen men wat de leerling al wel of nog niet kan, moet afwegen. Indien de klassenraad zou beslissen het getuigschrift niet uit te reiken, dan is het in het belang van het kind dat de klassenraad beschrijft wat de verworven competenties zijn. De ontvangende secundaire school kan hierop dan verder bouwen.
Het getuigschrift basisonderwijs kunnen leerlingen ook verkrijgen via een traject in het buitengewoon onderwijs, wanneer de leerdoelen van het gevolgde handelingsplan door de onderwijsinspectie als gelijkwaardig worden beschouwd met die van het gewoon lager onderwijs en wanneer de klassenraad oordeelt dat de gelijkwaardig geachte leerdoelen door de leerling in voldoende mate werden bereikt.

naar boven

Vragen van scholen

9. Mogen we ouders een school voor buitengewoon onderwijs adviseren indien we denken dat een kind toch nooit de eindtermen van het gewoon onderwijs zal halen?

Van scholen mag men verwachten dat ze zich open stellen en inspanningen leveren voor alle kinderen. De afweging welke school of leeromgeving het meest geschikt is voor een kind, zal steeds individueel moeten gebeuren en finaal nemen de ouders de beslissing. Maar het vermoeden dat een kind toch nooit alle eindtermen zal halen, is op zich geen reden voor een verwijzing naar het buitengewoon onderwijs. Afhankelijk van de mogelijkheden van het schoolteam – sommigen noemen dit de draagkracht van de school - en van de specifieke onderwijsbehoefte van de leerling, zal een zorgzame school voor gewoon onderwijs steeds overwegen of zij zelf via een verantwoorde handelingsplanning voor die leerling, onderwijs op maat kan bieden. Bij deze afweging die samen met de ouders wordt gemaakt, staat het belang van het kind centraal. Interne en externe deskundigheid, bijvoorbeeld van de zorgcoördinator, de CLB-medewerker of de begeleider voor geïntegreerd onderwijs (GON), worden daarbij doelgericht ingezet.

naar boven

10. Kan een school een slechte beoordeling van de inspectie krijgen wanneer te weinig leerlingen een getuigschrift basisonderwijs behalen?

Veel of weinig getuigschriften uitreiken, zegt op zich nog niets over de kwaliteit van de school. Men moet immers steeds rekening houden met de kenmerken van de leerlingen die in de school instromen. De inspectie zal steeds rekening houden met de leerlingenkenmerken en met de schoolcontext. De inspectie mag wel van elke school verwachten dat zij ten aanzien van alle kinderen een voldoende hoog verwachtingspatroon aanhoudt zodat alle kinderen optimale kansen krijgen. Bijvoorbeeld: voor heel wat anderstalige kinderen zal het bereiken van de eindtermen Nederlands heel wat meer inspanningen vergen dan voor Nederlandstalige kinderen. Dit houdt echter niet in dat voor scholen met een hoog percentage anderstalige kinderen er andere, minder moeilijke eindtermen zouden moeten gelden. Ook voor deze kinderen zijn de eindtermen het streefdoel waarop ze recht hebben. En wanneer de inspectie langskomt, kan de school verantwoorden welke inspanningen zij doet voor de anderstalige kinderen, welke weg met de kinderen wordt afgelegd, enz.

naar boven

Vragen rond wijziging eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het leergebied Wereldoriëntatie in het basisonderwijs

Wat houdt de wijziging in?

De eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het leergebied WO worden vanaf 1 september 2015 opgesplitst in twee leergebieden, namelijk ‘wetenschappen en techniek’ en ‘mens en maatschappij’ voor het gewoon kleuter- en lager onderwijs. Deze splitsing vloeit voort uit het masterplan secundair onderwijs dat de invoering van een apart leergebied ‘wetenschappen en techniek’ als één van de maatregelen voor het basisonderwijs opsomt.

Nieuwe leerplannen?

Neen. Inhoudelijk werden geen aanpassingen doorgevoerd aan de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het leergebied Wereldoriëntatie, waardoor het niet nodig is om nieuwe leerplannen te maken. De huidige leerplannen blijven behouden.

Andere aanpak?

Niet noodzakelijk. De overheid beperkt zich tot het formuleren van eindtermen en ontwikkelingsdoelen. Hoe deze doelen bereikt worden, bepalen de onderwijsverstrekkers zelf. De opsplitsing van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het leergebied Wereldoriëntatie heeft dus geen impact op de gebruikte methodieken om deze eindtermen te bereiken. De scholen kunnen zelf bepalen hoe deze eindtermen bereikt en ontwikkelingsdoelen nagestreefd worden. Ook de huidige lessenrooster en handboeken kunnen behouden blijven.

Meer informatie?

Meer informatie over deze splitsing vind je in de omzendbrief 'Splitsing van het leergebied wereldoriëntatie vanaf het schooljaar 2015-2016’ (15/05/2014).

naar boven