Curriculum - site van de Vlaamse overheid


 

Basisonderwijs - Kleuteronderwijs - Algemene uitgangspunten

1. Vooraf

Zowel de algemene uitgangspunten voor eindtermen en ontwikkelingsdoelen in het basisonderwijs als de uitgangspunten per leergebied zijn teksten overgenomen uit de officiŽle publicatie : "Ontwikkelingsdoelen en eindtermen. Informatiemap voor de onderwijspraktijk. Gewoon Basisonderwijs" (Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming - Agentschap voor kwaliteitszorg in onderwijs en vorming Ė Curriculum, 2010). Bekijk de recentste Ontwikkelingsdoelen en eindtermen.

De oorspronkelijke uitgangspunten zijn opgenomen in de memorie van toelichting bij het decreet van 22 februari 1995. Bij de decreetswijziging in 1997, 2010 en 2015 van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen, werd de memorie van toelichting niet aangepast. De teksten die nu voorliggen zijn afgestemd op de doorgevoerde wijzigingen in 1997. Bovendien zijn er bij elk leergebied van zowel kleuter- als lager onderwijs uitgangspunten (kerngedachten) voorzien specifiek voor het betreffende niveau.

2. Uitgangspunten

In het Decreet Basisonderwijs formuleert men de 'ontwikkelingsdoelen' als volgt: "Ontwikkelingsdoelen zijn de minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de school bij haar leerlingen moet nastreven".

Bij het tot stand komen van de ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs werden een aantal specifieke opties genomen. Voor een goed begrip en een juist gebruik van de ontwikkelingsdoelen gaan we daar nader op in.

Waarom geen eindtermen voor kleuters?

Kind in ontwikkeling

De term ontwikkelingsdoel voor het kleuteronderwijs werd niet lukraak gekozen. Hij verwijst naar de ontwikkeling van kinderen en we weten dat het ontwikkelingspatroon bij kinderen niet gelijklopend is.

De ontwikkelingsdoelen verwijzen naar een aantal basiscompetenties waarover de kleuters zouden moeten beschikken. Basiscompetenties zijn prestaties die een kind kan leveren in een bepaalde situatie waarin het redelijkerwijze terecht kan komen. Het woord 'ontwikkeling' verwijst bovendien naar een groeiproces, naar mogelijke 'wegen' om deze basiscompetenties te bereiken. Elke kleuter doorloopt zijn eigen weg, op zijn manier en in zijn eigen tempo. Meteen de reden waarom kleuters van elkaar verschillen.

We weten ook dat kleuters niet even veel schoollopen. Sommige kinderen starten de kleuterschool op 2,5, binnenkort op 3 jaar, anderen komen later op school. Nog andere kleuters blijven heel veel thuis. Dat thuismilieu vertoont bovendien een grote verscheidenheid.

Al deze motieven dragen ertoe bij dat men er op de lagere school niet automatisch kan van uitgaan dat alle kinderen op het einde van het kleuteronderwijs alle ontwikkelingsdoelen hebben bereikt. De lagere school moet dan ook de plaats van elk kind op de weg naar het te bereiken doel als aanknopingspunt nemen voor het begin van haar onderwijs.

In de eerste groep van het lager onderwijs zal men bijgevolg voortwerken aan het realiseren van de ontwikkelingsdoelen (voor sommige kinderen). Bovendien is het aangewezen dat de aanpak van het kleuteronderwijs wordt voortgezet.

Zo zien we bijvoorbeeld dat Sofie in de eerste groep van de lagere school nog veel moeite heeft om veilig om te gaan met materialen en gereedschappen uit de klas (O.D. W.O. 2.5). In een kleuterklas komen veel spelsituaties voor waarbij de kleuter vrij kan omgaan met materialen. Daardoor doet hij ervaringen op over correct gebruik, veiligheid, enz. Sofie heeft in die eerste groep van de lagere school wel degelijk behoefte aan situaties waarin zij haar ervaringen rond materialen verder kan uitbreiden en verfijnen. Als de groep haar die kansen biedt, wordt de schoolsituatie voor haar herkenbaar(der). Bijgevolg zal ze zich in haar eigen tempo verder kunnen ontwikkelen. Ze zal de overgang kleuterschool - lagere school dan ook gemakkelijker verteren en minder ervaren als een kloof.

Functie

Een spiegel voor de school

Doelstellingen lezen komt vaak over als een niet bepaald boeiende aangelegenheid. Ook in een werkplan of schoolwerkplan treft men doelstellingen aan. Maar meestal zijn die ingebed in een aantal activiteiten of opgenomen in leerlijnen. Op die manier komt de doelstelling of de 'weg ernaartoe' tot leven. Een werkplan is concreet, geeft stappen en/of methodes aan, vermeldt allerlei tips en situaties. Hierdoor kan men zich de activiteiten of de klassituatie zeer levendig voorstellen.

Zo'n werkplan of schoolwerkplan maken is de taak van (overkoepelende) schoolbesturen of van de school. Zij vergemakkelijken er het werk van de individuele leerkracht mee. Het staat hen vrij de eigen pedagogische methodes te beschrijven en te gebruiken.

De functie van de ontwikkelingsdoelen die de overheid formuleert, ligt echter op een ander vlak. De ontwikkelingsdoelen geven een overzicht van de competenties waarover de kleuters in de loop der jaren moeten beschikken. Zij houdt de scholen en de leerkrachten een soort van spiegel voor, die hen in staat stelt na te gaan of er op een evenwichtige wijze aan deze basiscompetenties wordt gewerkt.

Indeling

Een overzichtelijk geheel

Het eerste beeld dat we bij de lectuur van de ontwikkelingsdoelen krijgen, is de opsomming van vele tientallen doelstellingen, met telkens ťťn voorbeeld, onderverdeeld in leergebieden en domeinen. Voor het kleuteronderwijs is dit een ongewone manier van voorstellen. Een woordje uitleg.

Voor men tot de huidige ordening in leergebieden kwam, heeft men nog twee andere mogelijkheden uitgeprobeerd: doelstellingen rangschikken volgens klasactiviteiten en ze ordenen volgens ontwikkelingscomponenten.

De doelstellingen ordenen volgens klasactiviteiten die men in de klas aantreft (taalactiviteiten, waarnemingsactiviteiten, technieken, enz.) bleek niet efficiŽnt. Tijdens verschillende activiteiten werkt men immers vaak aan dezelfde ontwikkelingsdoelen. Hierdoor krijgt men een herhaling van doelstellingen.

De doelstellingen ordenen volgens ontwikkelingscomponenten bleek evenmin aangewezen, omdat meerdere componenten steeds in meer of mindere mate in elke doelstelling aan de orde zijn. Hierdoor komt de vereiste eenduidigheid van de doelstellingen in het gedrang. Wanneer een kleuter bijvoorbeeld met constructiemateriaal iets bouwt, verwerft hij taal door zijn handelingen te verwoorden (cognitieve ontwikkeling), krijgt hij ruimtelijk inzicht (cognitieve ontwikkeling), wordt hij motorisch handig (motorische ontwikkeling), geniet hij bij het maken van een mooi bouwwerk (dynamisch-affectieve ontwikkeling), fantaseert hij daarbij een verhaal (dynamisch-affectieve ontwikkeling), enz.

Het ordenen van de ontwikkelingsdoelen binnen leergebieden bleek ten slotte de beste oplossing. Zo konden levensnabije doelen worden geplaatst in voor iedereen herkenbare situaties (taalsituaties, situaties van muzische aard, bewegingssituaties, ).

Dat de activiteiten in de kleuterklaspraktijk echter niet in afzonderlijke leergebieden worden behandeld, spreekt voor zich. De ordening geeft ruimte voor een eigen didactische aanpak.

Door zowel de ontwikkelingsdoelen als de eindtermen in dezelfde leergebieden onder te brengen wordt er wel rechtstreeks verwezen naar de verticale samenhang tussen kleuter- en lager onderwijs.

Er werden geen afzonderlijke ontwikkelingsdoelen voor de leergebiedoverschrijdende thema's 'Leren Leren' en 'Sociale Vaardigheden' en 'ICT' geformuleerd wegens de globale en geÔntegreerde aanpak op dit onderwijsniveau. Het is eigen aan het kleuteronderwijs om belangrijke accenten te leggen op het verwerven van sociale vaardigheden. In verscheidene ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs zijn deze aspecten, evenals aspecten van leren leren, en ICT al dan niet expliciet meegenomen; in andere worden ze voorondersteld.

Aspecten van leren leren zijn bijvoorbeeld het kunnen terugblikken op voorbije activiteiten en het kunnen verwoorden van wat men van plan is te doen.

Bijvoorbeeld

  • bij een knutselwerk kan een kleuter vertellen hoe hij is te werk gegaan;
  • de kleuter kan in de tijd vooruitzien en bijvoorbeeld verwoorden dat hij voor despeeltijd wil boetseren en na de speeltijd timmeren.

Een ander aspect van leren leren is zich kunnen concentreren.

Bijvoorbeeld

  • de kleuter kan geconcentreerd bezig blijven met een bewegingsprobleem.

Voorbeelden van ontwikkelingsdoelen die verwijzen naar sociale competenties bij kleuters vindt men eveneens in het totale pakket.

Bijvoorbeeld

De kleuters kunnen

  • de bereidheid vertonen om naar elkaar te luisteren en om zich in te leven in de boodschap;
  • in bewegingssituaties met de hulp van een volwassene afspraken maken.

Deze voorbeelden illustreren de verwerving van aspecten van het sociaal functioneren en leren leren in de ontwikkelingsdoelen. Bij het werken aan deze ontwikkelingsdoelen in diverse school- en klasactiviteiten moet men beide competenties dan ook goed voor ogen houden.

Controle

Garanties voor het 'minimum'

Sommige leerkrachten zullen opperen dat er in hun klas veel meer gebeurt dan het nastreven van de ontwikkelingsdoelen. De overheid heeft dit voorzien. Precies daarom heeft ze de ontwikkelingsdoelen geformuleerd als 'minimumdoelen', dat wil zeggen doelen waarop elk kind in elke basisschool recht heeft. Niet meer, niet minder. Om dit recht veilig te stellen geeft de overheid het signaal dat de scholen verplicht zijn een inspanning te leveren om deze ontwikkelingsdoelen na te streven.

Concreet betekent dit dat de inspectie de opdracht heeft om bij de schooldoorlichting na te gaan of de school die inspanning levert. De prestaties van de kleuters zelf worden door de inspectie niet nagegaan.

naar boven

Laatst gewijzigd op: 30/05/2017