Curriculum - site van de Vlaamse overheid


 

Lager onderwijs - Muzische vorming - Eindtermen

1. Muzische vorming - Beeld

De leerlingen kunnen
1.1* door middel van kunst- en beeldbeschouwing een persoonlijk waardeoordeel ontwikkelen over beelden en beeldende kunst van vroeger, van nu en van verschillende culturen.
1.2 door betasten en voelen (tactiel), door kijken en zien (visueel) impressies opdoen, verwerken en erover praten.
1.3 beeldinformatie herkennen, begrijpen, interpreteren en er kritisch tegenover staan.
1.4* plezier en voldoening vinden in het beeldend vormgeven en genieten van wat beeldend is vormgegeven.
1.5 beeldende problemen oplossen, technieken toepassen en gereedschappen en materialen hanteren om beeldend vorm te geven op een manier die hen voldoet.
1.6 tactiele, visuele impressies, ervaringen, gevoelens en fantasieŽn op een beeldende manier weergeven.


2. Muzische vorming - Muziek

De leerlingen kunnen
2.1 muziek beluisteren en ervaren, muzikale impressies opdoen uit de geluidsomgeving met aandacht voor enkele kenmerken van de muziek:
  • klankeigenschap
  • functie/gebruikssituatie.
2.2 improviseren en experimenteren, klankbronnen en muziekinstrumenten uittesten op hun klankwaarde en in een muzikaal (samen)spel daarvan gebruik maken.
2.3* openstaan voor hedendaagse muziek, muziek uit andere tijden, andere landen en culturen.
2.4* genieten van zingen en musiceren en dit gebruiken als impuls voor nieuwe muzikale spelideeŽn of andere aanverwante expressiewijzen.
2.5 vanuit het eigen muzikaal aanvoelen praten over het zingen en het musiceren.


3. Muzische vorming - Drama

De leerlingen kunnen
3.1* genieten van een gevarieerd aanbod van voor hen bestemde culturele activiteiten.
3.2 spelvormen waarnemen en inzien dat de juiste verhouding tussen woord en beweging de expressie kan vergroten.
3.3 geconcentreerd luisteren naar een gesproken tekst (verteld of voorgelezen) en die mondeling, schriftelijk, beeldend of dramatisch weergeven.
3.4 spelvormen in een sociale en maatschappelijke context hanteren.
3.5 ervaringen, gevoelens, ideeŽn, fantasieŽn uiten in spel.
3.6 een aan de speelsituatie aangepaste en aangename spreektechniek ontwikkelen (articulatie, adembeheersing, tempo, toonhoogte) en verschillende verbale en non-verbale spelvormen improviseren.
3.7* genieten van, praten over en kritisch staan tegenover het eigen spel en dat van anderen, de keuze van spelvormen, onderwerpen, de beleving.


4. Muzische vorming - Beweging

De leerlingen kunnen
4.1* genieten van lichaamstaal, beweging en dans.
4.2 een eenvoudig bewegingsverhaal opbouwen met als vertrekpunt iets wat gehoord, gezien, gelezen, gevoeld of meegemaakt wordt.
4.3 samenwerken met anderen:
  • om een eenvoudig dansverloop op te bouwen
  • om al improviserend te reageren op elkaars beweging.
4.4 bewegen op een creatieve manier en daarbij ťťn of meerdere basiselementen van de beweging bespelen:
  • tijd;
  • kracht
  • ruimte
  • lichaamsmogelijkheden
4.5 nieuwe dansen ontwerpen met eenvoudige passen en figuren.
4.6 het inoefenen, de voorbereiding, het aanwenden van de lichaamstaal en het uitvoeren (vertoning), door henzelf en anderen, kritisch bespreken.


5. Muzische vorming - Media

De leerlingen kunnen
5.1 beeldsignalen waarnemen zodat men opvallend goede en minder geslaagde dingen kan doorzoeken en herkennen.
5.2 ervaren dat een visueel beeld al dan niet vergezeld van een nieuw geluid steeds een nieuwe werkelijkheid kan oproepen.
5.3 soorten van eenvoudige hedendaagse audiovisuele opnamen en weergavetoestellen (informatiedragers) aanwijzen, benoemen en ze creatief bedienen.
5.4 een eigen audiovisuele taal gebruiken en het massale audiovisuele aanbod een relativerende plaats toekennen.
5.5 eenvoudige, audiovisuele informatie uit de eigen belevingswereld herkennen, onderzoeken en vergelijken.


6. Muzische vorming - Attitudes

De leerlingen kunnen
6.1* blijvend nieuwe dingen uit hun omgeving ontdekken.
6.2* zonder vooroordelen naar kunst kijken en luisteren.
6.3* genieten van het muzisch handelen waardoor hun expressiemogelijkheden verruimen.
6.4* vertrouwen op hun eigen expressiemogelijkheden en durven hun creatieve uitingen tonen.
6.5* respect betonen voor uitingen van leeftijdgenoten, behorend tot eigen en andere culturen.


* De attitudes werden met een asterisk (*) in de kantlijn aangeduid.


naar boven

Laatst gewijzigd op: 30/05/2017