Curriculum - site van de Vlaamse overheid


 

Buitengewoon basisonderwijs Type 8 - Algemene uitgangspunten

1. Kerngedachten

In het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten, worden de contouren geschetst voor een nieuwe vorm van kwaliteitsbewaking en -bevordering van het onderwijs. Dit decreet creŽert mogelijkheden om vormen van interne en externe kwaliteitsbewaking beter op elkaar af te stemmen. Om dit te kunnen realiseren is het essentieel dat de overheid haar minimale verwachtingen ten overstaan van het onderwijs duidelijk kenbaar maakt, zodat de onderwijsverstrekkers zich hierop kunnen richten. Deze minimale verwachtingen vormen bovendien een referentiekader om te onderzoeken of het geboden onderwijs voldoende (minimale) kwaliteitsgaranties biedt. Dit referentiekader is zowel nuttig voor zelfevaluatie door de school als voor externe evaluatie door de gemeenschapsinspectie.

1.1 Ontwikkelingsdoelen

Het buitengewoon onderwijs laat de leerlingen geen gemeenschappelijk leerprogramma doorlopen, maar zorgt voor een geÔndividualiseerd curriculum dat aangepast is aan de noden en de mogelijkheden van elke leerling. Ontwikkelingsdoelen voor het BuO kunnen als volgt gedefinieerd worden:

Ontwikkelingsdoelen in het buitengewoon onderwijs zijn doelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de overheid wenselijk acht voor zoveel mogelijk leerlingen van een leerlingenpopulatie. In samenspraak met het CLB-centrum en zo mogelijk in overleg met ouders en eventueel andere betrokkenen, kiest de school de ontwikkelingsdoelen die aan individuele leerlingen of groepen leerlingen worden aangeboden en uitdrukkelijk worden nagestreefd. BuO-scholen krijgen de verantwoordelijkheid om zelf uit deze lijsten ontwikkelingsdoelen te kiezen voor een bepaalde leerling of om eindtermen als ontwikkelingsdoelen over te nemen. Hierdoor verbindt de school er zich toe om bij deze leerling(engroep) de geselecteerde doelen na te streven. In de context van het buitengewoon onderwijs betekent kwaliteitszorg dat die geselecteerde ontwikkelingsdoelen bij de leerlingen nagestreefd worden om een veelzijdige en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling en een optimale integratie in de maatschappij te realiseren.

1.2 Van handelingsplanning tot handelingsplan

Om passende ontwikkelingsdoelen te selecteren en na te streven, is het belangrijk dat elke BuO-school voldoende aandacht besteedt aan handelingsplanning. Handelingsplanning is een belangrijk orthopedagogisch proces met verschillende fasen en facetten. Het gaat om een cyclisch proces dat vertrekt van de beginsituatie en de opvoedings- en onderwijsbehoefte van de leerling of leerlingengroep. Op basis daarvan worden ontwikkelingsdoelen gekozen. Deze doelstellingen omvatten niet alleen doelen uit de lijst met ontwikkelingsdoelen voor het betreffende BuO-type maar ook doelstellingen die voortvloeien uit het pedagogisch project van de school zelf. Ook de eindtermen van het gewoon basisonderwijs kunnen als ontwikkelingsdoelen geselecteerd en nagestreefd worden. Om deze doelen te verwezenlijken worden het tempo, de methoden, het materiaal, de taakverdeling en de evaluatie vastgelegd. Vervolgens wordt het plan uitgevoerd en worden zowel het planningsproces als de effecten ervan op de leerling(en) geŽvalueerd.

Handelingsplanning is het cyclisch proces van het orthopedagogisch handelen met als doel onderwijs op maat van elke leerling te bieden. Een beperkte en efficiŽnte schriftelijke neerslag van het proces van handelingsplanning is onder meer terug te vinden in het klassenraadverslag en het concreet handelingsplan.
Elke school heeft de vrijheid om een handelingsplan te ontwikkelen dat beantwoordt aan de eigen noden en behoeften van elke leerling of leerlingengroep. In het decreet Basisonderwijs (Art. 46) wordt het begrip handelingsplan als volgt gedefinieerd:

Met in achtneming van de door de regering opgelegde ontwikkelingsdoelen wordt in het buitengewoon onderwijs voor ťťn of meer leerlingen samen op basis van zijn (hun) opvoedings- en onderwijsbehoeften, een handelingsplan opgemaakt. Dit plan bevat voor een bepaalde periode de pedagogisch-didactische planning voor bedoelde leerling(en) en legt onder meer de keuze aan ontwikkelingsdoelen vast, die de klassenraad in opdracht van het schoolbestuur voor hem (hen) wil nastreven.
Het handelingsplan geeft in voorkomend geval weer hoe het multidisciplinair teamwerk wordt gepland en hoe de sociale, psychologische, orthopedagogische, medische en paramedische hulpverlening in het opvoedings- en onderwijsaanbod wordt geÔntegreerd.

Voor een kwaliteitszorg met handelingsplanning betekent dit dat de school beschikt over een goed planningsconcept en dat zij dat concept ook zorgvuldig hanteert in de orthopedagogische praktijk van elke dag.

1.3 Inspanningsverplichting

In vergelijking met het gewoon onderwijs krijgt het BuO een zeer grote autonomie. De BuO-scholen zijn immers zelf verantwoordelijk voor de selectie van de ontwikkelingsdoelen, terwijl gewone scholen in principe alle opgelegde eindtermen dienen aan te bieden en te bereiken. Voor de geselecteerde ontwikkelingsdoelen geldt echter wel de inspanningsverplichting en dit zowel op micro- als op mesoniveau. Het schoolteam streeft op microniveau per leerling of leerlingengroep de geselecteerde ontwikkelingsdoelen na. Daarnaast zullen op mesoniveau onder impuls van het schoolbestuur en de directie, structuren en strategieŽn ontwikkeld moeten worden om de effectiviteit van het onderwijs te verbeteren.
Het begrip inspanningsverplichting kan als volgt gedefinieerd worden:

De inspanningsverplichting geldt voor de school als organisatie en voor de individuele personeelsleden en is er op gericht om de passende ontwikkelingsdoelen te selecteren, na te streven en zoveel mogelijk te bereiken bij een leerling of leerlingengroep.

Wanneer een school bepaalde ontwikkelingsdoelen kiest of eindtermen als ontwikkelingsdoel overneemt, verbindt zij zich er tevens toe alles in het werk te stellen om deze doelen na te streven en ook te bereiken. Een school dient dus te kunnen aantonen dat ze alle nodige inspanningen heeft gedaan om de gepaste doelen te selecteren en de vooropgestelde doelstellingen aan te bieden en te realiseren.

2. Ontwikkelingsdoelen type 8

De eindtermen van het gewoon onderwijs vormen het minimale eindniveau dat door de overheid bereikbaar geacht wordt bij normaal vorderende kinderen. Voor bepaalde leerlingen met speciale onderwijsbehoeften, in casu ernstige leerstoornissen, zal het niet steeds haalbaar zijn om dit eindniveau zonder extra hulp te bereiken. De specifieke ontwikkelingsdoelen voor het type 8 geven de mogelijkheid tot remediŽren en compenseren om tot dit eindniveau te evolueren. Ook scholen voor gewoon BaO kunnen ervoor opteren om deze leerlingen zelf op te vangen. In dat geval kunnen deze scholen voor hun onderwijsaanbod gebruik maken van de specifieke ontwikkelingsdoelen voor het B.L.O. type 8.
Het is voor de hand liggend dat ook gewone basisscholen via het proces van handelingsplanning, tot een handelingsplan kunnen komen dat afgestemd is op de onderwijsbehoeften van de leerling met specifieke noden. Uiteraard zullen leerkrachten van de gewone basisschool voldoende zicht moeten hebben op de ontwikkelingsdoelen van het BuO en op de procesmatige aanpak door middel van handelingsplanning.
In het decreet voor het basisonderwijs (art. 11 en 173) voorziet de overheid in samenwerkingsverbanden tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs. Door deze samenwerkingsverbanden wordt het mogelijk dat leerlingen tijdelijk of permanent, gedeeltelijk of volledig, de lessen of activiteiten volgen in het gewoon onderwijs mits ondersteuning door een school voor buitengewoon onderwijs. De overheid streeft immers naar een continuŁm van zorg, waarbij scholen voldoende rekening houden met de verschillen in ontwikkelingsmogelijkheden en -tempo tussen de leerlingen. Dit kan enkel door de bestaande schotten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs op te heffen zodat de samenwerking geoptimaliseerd wordt. Onderwijs op maat binnen het gewoon onderwijs is echter een geleidelijk proces dat enkel kan slagen indien het vanuit de overheid gestimuleerd wordt.

In het type 8-onderwijs zullen, omwille van de integratiedoelstelling, de eindtermen voor het gewoon basisonderwijs het uitgangspunt zijn. Deze eindtermen krijgen het statuut van ontwikkelingsdoel. Op grond van de specifieke instructiebehoeften, de heterogene mogelijkheden en beperkingen van deze kinderen werden ook specifieke ontwikkelingsdoelen uitgewerkt voor de leergebieden 'leren leren', 'socio-emotionele ontwikkeling', 'wiskunde' en 'Nederlands'. Sommige leerlingen zullen enkel via aangepast onderwijs de eindtermen kunnen nastreven en bereiken. Anderen zullen slechts aan een beperkt aantal eindtermen kunnen voldoen.
De aansluiting bij de eindtermen van het gewoon onderwijs, de nauwe samenwerking met het gewoon onderwijs en het principieel tijdelijk karakter bepalen voor een groot stuk de identiteit van dit specifieke onderwijstype.

3. Voorstelling eindtermen en ontwikkelingsdoelen

In haar oorspronkelijk voorstel had de Dienst Voor Onderwijsontwikkeling ervoor gekozen de eindtermen van het gewoon onderwijs en de ontwikkelingsdoelen voor de verschillende leergebieden als een coherent geheel voor te stellen. De VlOR heeft in zijn advies deze voorstelling niet aangehouden voor het decreet. Bovendien vond zij het niet nodig ontwikkelingsdoelen voor de leergebieden Lichamelijke opvoeding, Muzische vorming en WereldoriŽntatie te weerhouden. De ontwikkelingsdoelen voor Nederlands en Wiskunde werden sterk gereduceerd en kunnen niet los gezien worden van de eindtermen van het gewoon basisonderwijs.

Opdat de coherentie binnen de verschillende leergebieden voor de scholen duidelijk zou blijven verzoekt de VlOR de overheid om een geÔntegreerde lijst ontwikkelingsdoelen aan de scholen te bezorgen. Daartoe zal de informatiemap voor de onderwijspraktijk Buitengewoon Basisonderwijs verder worden aangevuld.

4. Ordeningskader

Voor het B.L.O. type 8 wordt gestreefd naar gelijkvormigheid met het gewoon onderwijs. Daarom worden dezelfde leergebieden gehanteerd. Deze krijgen echter een aanvulling rekening houdend met de specifieke onderwijsbehoeften van de leerlingen in het type 8.
Om de nadruk te leggen op de eigenheid van dit onderwijstype en de onderwijsbehoeften van deze leerlingen krijgen de 'Sociale Vaardigheden' en 'Leren Leren' de status van leergebied. Bovendien wordt de naam 'Sociale Vaardigheden' vervangen door 'Sociaal-emotionele Ontwikkeling'. Door deze naamsverandering kan er meer expliciet ingespeeld worden op de dynamisch-affectieve component, die vaak problematisch is bij deze kinderen.
Hoewel het de bedoeling is dat 'Leren Leren' en 'Sociaal-emotionele Ontwikkeling', als aparte leergebieden, extra aandacht krijgen, mag de transfer naar andere leergebieden en situaties uit het dagelijks leven zeker niet uit het oog verloren worden.
De visie waarbinnen de ontwikkelingsdoelen voor het type 8 zijn geschreven, is eigenlijk dezelfde als deze voor het gewoon BaO. Vanuit dit oogpunt kunnen de toelichtingen bij de verschillende leergebieden van het gewoon Basisonderwijs geraadpleegd worden. Het nalezen ervan is belangrijk omdat de eindtermen van het basisonderwijs geselecteerd worden en als ontwikkelingsdoelen nagestreefd worden.

5. Overzicht van de leergebieden

Leren Leren

  • structurele componenten: aandacht en geheugen

  • informatieverwerking en probleemoplossing

  • monitor: metacognitieve aspecten

  • transfer

Sociaal-emotionele Ontwikkeling

  • dynamische-affectieve ontwikkeling

  • sociale cognitie

  • sociale vaardigheden en competentie

Lichamelijke Opvoeding

  • motorische competenties

  • gezond en veilig bewegen

  • zelfconcept en sociaal functioneren

Muzische vorming

  • beeld

  • muziek

  • beweging

  • drama

  • media

  • attitudes

Nederlands

  • spreken

  • luisteren

  • lezen

  • schrijven

WereldoriŽntatie

  • natuur

  • technologie

  • maatschappij

  • tijd

  • ruimte

  • bronnengebruik

Wiskunde

  • voorbereidende wiskunde

  • wiskunde
    • getallen

    • meten

    • meetkunde

    • strategieŽn en probleemoplossende vaardigheden

    • attitudes

6. Toelichting per leergebied

De leergebieden waarvoor specifieke ontwikkelingsdoelen werden geformuleerd worden nader toegelicht. Dit zijn de leergebieden Leren leren, Sociaal-emotionele ontwikkeling, Nederlands en Wiskunde. De visie bij de leergebieden waarvoor de eindtermen van het gewoon onderwijs als ontwikkelingsdoel kunnen geselecteerd worden, wordt beschreven in de documenten voor het gewoon basisonderwijs. Dit geldt voor de leergebieden Lichamelijke opvoeding, Muzische vorming en WereldoriŽntatie.

naar boven

Laatst gewijzigd op: 30/05/2017