Curriculum - site van de Vlaamse overheid

Secundair onderwijs - Vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen in 20 vragen

  1. Waar vind ik de nieuwe eindtermen?
  2. Wat zijn eindtermen? Wat zijn vakoverschrijdende eindtermen? Wat zijn vakoverschrijdende ontwikkelingsdoelen?
  3. Waarom werden de oude vakoverschrijdende eindtermen (VOET) geactualiseerd?
  4. Maken vakoverschrijdende eindtermen deel uit van de basisvorming?
  5. Gelden deze VOET ook voor het buitengewoon secundair onderwijs?
  6. Hoe zien de vakoverschrijdende eindtermen er nu uit?
  7. Wat wordt bedoeld met een gemeenschappelijke stam?
  8. Hoe moet ik de term ‘context’ begrijpen?
  9. Wat is veranderd? Wat is nieuw?
  10. Wat is niet veranderd?
  11. Waarom worden de vakoverschrijdende eindtermen niet langer per graad geordend?
  12. Hoe kunnen we als middenschool of per graad met deze eindtermen omgaan? Zijn we verplicht ze alle te realiseren?
  13. Waarom wordt leren leren nu afgesplitst?
  14. Is muzisch-creatieve vorming afgeschaft
  15. Moeten we als school kunnen bewijzen dat we deze vakoverschrijdende eindtermen bereiken?
  16. Er is geen gedoogperiode maar hoe kijkt de inspectie tijdens de overgang van de oude naar de nieuwe VOET?
  17. Moeten we voor al deze VOET nieuwe projecten verzinnen?
  18. De stam bevat algemene vaardigheden en attitudes. Moeten we die stuk voor stuk verbinden met de verschillende contexten?
  19. Mogen we de eindtermen uit de stam ook afzonderlijk nastreven?
  20. Hoe pakken we de communicatie met de ouders aan? Hoe kunnen we met hen samenwerken aan de VOET?

Bijkomende vragen kunt u stellen via akov@vlaanderen.be.


1. Waar vind ik de nieuwe eindtermen?

Neem een kijkje op de website: http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/secundair/.

2. Wat zijn eindtermen? Wat zijn vakoverschrijdende eindtermen? Wat zijn vakoverschrijdende ontwikkelingsdoelen?

Eindtermen zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie in het gewoon secundair onderwijs. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopulatie.
Eindtermen kunnen vakgebonden of vakoverschrijdend zijn.
Vakoverschrijdende eindtermen zijn minimumdoelen die niet specifiek behoren tot een vakgebied, maar onder meer door middel van meerdere vakken of onderwijsprojecten worden nagestreefd. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht de vakoverschrijdende eindtermen bij de leerlingen na te streven. De school toont aan dat ze met een eigen planning aan de vakoverschrijdende eindtermen werkt.
De vakoverschrijdende eindtermen worden vastgelegd per graad of globaal voor het secundair onderwijs. Indien ze worden vastgelegd voor, of toegepast in het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar, dan worden ze vakoverschrijdende ontwikkelingsdoelen genoemd. Inhoudelijk is er geen verschil: het gaat om dezelfde lijst met doelen.

3. Waarom werden de oude vakoverschrijdende eindtermen (VOET) geactualiseerd?

In 1997 kreeg het secundair onderwijs voor het eerst te maken met vakoverschrijdende eindtermen. Ruim tien jaar later was het tijd voor evaluatie en bijsturing. Er waren immers signalen dat het totale pakket te omvangrijk was. Het onderwijsveld vroeg een meer haalbaar pakket eindtermen en wou ook meer autonomie bij het realiseren ervan. Dit laatste past in een beleidsoptie waarbij beleidsvoerend vermogen van scholen sterk wordt beklemtoond. Vakoverschrijdende eindtermen leunen bovendien sterk aan bij maatschappelijke, onderwijskundige en wetenschappelijke evoluties. Een inhoudelijke bijsturing was nodig om maatschappelijk, onderwijskundig en wetenschappelijk actuele vakoverschrijdende eindtermen te formuleren. Een wetenschappelijk onderzoek (onder leiding van prof. Mark Elchardus, VUB) naar de "Maatschappelijke en onderwijskundige relevantie en haalbaarheid van de vakoverschrijdende eindtermen" verschafte de noodzakelijke evaluatiegegevens om de actualisering van de VOET adequaat aan te pakken.
De inhoudelijke ingrepen kunnen worden samengevat als: het toevoegen van actuele en toekomstgerichte accenten, het bijsturen van de relatie met de vakgebonden eindtermen, het schrappen van overlap en van eindtermen die niet langer relevant bleken te zijn en tenslotte, het garanderen van een voldoende brede basisvorming.

4. Maken vakoverschrijdende eindtermen deel uit van de basisvorming?

Leerlingen hebben recht op een basisvorming die hen ondersteunt in de uitbouw van een persoonlijk leven en in hun kritisch-creatief functioneren in de samenleving. Niet alle inhouden en vormingscomponenten die daarbij belangrijk zijn, vinden we in de vakken terug. Vakoverschrijdende eindtermen vangen dit tekort op. Ook op het niveau van de Europese Unie is hierover nagedacht. Er is immers een aanbeveling van het Europees Parlement betreffende sleutelcompetenties voor levenslang leren. Dit was een belangrijke inspiratiebron voor het actualiseren van de vakoverschrijdende eindtermen.
Het Vlaams Parlement maakte in april 2009 ook juridisch de band tussen vakoverschrijdende eindtermen en basisvorming sterker. Vakoverschrijdende eindtermen zijn voortaan immers uitsluitend van toepassing op structuuronderdelen waarvoor vakgebonden eindtermen gelden. Dit wil zeggen dat vakoverschrijdende eindtermen van toepassing zijn in:

5. Gelden deze VOET ook voor het buitengewoon secundair onderwijs?

Voor het BuSO in opleidingsvorm 3 gelden de ontwikkelingsdoelen algemene sociale vorming. Hierin zijn de 'oude' vakoverschrijdende eindtermen opgenomen, weliswaar in een aangepaste versie die relevant en haalbaar is voor het doelpubliek van OV3. Meer info is te vinden op onze website.

Voor opleidingsvormen 1 en 2 zijn er nog geen decretale doelen bepaald.

Voor opleidingsvorm 4 gelden de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen van het gewoon onderwijs: dus ook de nieuwe VOET.

Daarnaast bepaalt het decreet over eindtermen en ontwikkelingsdoelen in het secundair onderwijs dat scholen voor buitengewoon onderwijs ook doelen kunnen selecteren uit de ET/OD van het gewoon onderwijs. Dit betekent concreet dat ook de BuSO-scholen kunnen selecteren uit de nieuwe vakoverschrijdende eindtermen/ontwikkelingsdoelen.

6. Hoe zien de vakoverschrijdende eindtermen er nu uit?

De ‘klassieke’ thema’s (gezondheidseducatie, milieueducatie, opvoeden tot burgerzin, sociale vaardigheden en muzisch-creatieve vorming) worden vervangen door een nieuw ordeningskader. Dit ordeningskader bestaat uit een ‘gemeenschappelijke stam’ en uit zeven contexten. Deze eindtermen zijn globaal voor het secundair onderwijs geformuleerd, dus niet meer per graad. Daarnaast zijn er vakoverschrijdende eindtermen die wel per graad worden aangeboden: leren leren, ict in de eerste graad en technisch-technologische vorming in de tweede en derde graad ASO. Deze laatste twee pakketten zijn niet veranderd.
Het ordeningskader in stam en contexten presenteert de eindtermen meer dan voorheen als een samenhangend geheel. De lay-out van de VOET weerspiegelt dat ordeningskader en de bedoelde samenhang. Men leest en hanteert de eindtermen in de gemeenschappelijke stam in combinatie met de eindtermen van zeven contexten, met de eindtermen van leren leren, ict, technisch-technologische vorming en met de eindtermen van de vakken. Dit kader bepaalt niet de volgorde of concrete uitwerking van de vakoverschrijdende eindtermen binnen de schoolcontext. Het staat scholen vrij zelf nieuwe combinaties van eindtermen te maken, afhankelijk van hun visie en keuzen.
De VOET werden sterk gereduceerd in aantal en er is bijzonder veel aandacht besteed aan een heldere, eenduidige formulering.

7. Wat wordt bedoeld met een gemeenschappelijke stam?

De gemeenschappelijke stam is een opsomming van vrij algemeen geformuleerde eindtermen, los van elke context. Ze zijn toepasbaar in álle opvoedings- en onderwijsactiviteiten van de school. Ze kunnen, afhankelijk van de keuze van de school, in samenhang met alle andere vakgebonden of vakoverschrijdende eindtermen worden toegepast.

8. Hoe moet ik de term ‘context’ begrijpen?

Context is een ander woord voor ‘inhoudelijk geheel’. In de contexten werden die eindtermen geordend die typisch en essentieel geacht worden voor die verschillende inhoudelijke gehelen.
De gebruiker van VOET kan op die manier overzicht houden en eindtermen gemakkelijk terugvinden. De zeven contexten zijn: Lichamelijke gezondheid en veiligheid; Mentale gezondheid; Sociorelationele ontwikkeling; Omgeving en duurzame ontwikkeling; Politiek-juridische samenleving; Socio-economische samenleving; Socioculturele samenleving.

9. Wat is veranderd? Wat is nieuw?

Nieuw is zeker:

De meest opvallende nieuwe inhoudelijke accenten zijn onder meer: een preventieve i.p.v. curatieve promotie van gezondheid en welzijn, duurzame ontwikkeling en systeemdenken, Europa, de Belgische staatsstructuur, ondernemingszin, socio-economische basisinzichten, cultuuropvoeding vanuit het perspectief van de kunst, mediawijsheid, esthetische bekwaamheid, justitie, herinneringseducatie.

10. Wat is niet veranderd?

11. Waarom worden de vakoverschrijdende eindtermen niet langer per graad geordend?

Behalve de eindtermen leren leren, ict in de eerste graad en technisch-technologische vorming in de tweede en derde graad ASO zijn de overige VOET niet langer per graad geformuleerd.
Deze beleidsoptie biedt scholen meer autonomie bij het werken aan de VOET. Dit was een duidelijke vraag vanuit het onderwijsveld. Er is al heel wat ervaring met vakoverschrijdend werken. Er is dus meer dan vroeger deskundigheid aanwezig om het eigen pedagogisch project vorm te geven met behulp van de vakoverschrijdende eindtermen en om de beschikbare beleidsruimte effectief en efficiënt te gebruiken.

12. Hoe kunnen we als middenschool of per graad met deze eindtermen omgaan? Zijn we verplicht ze alle te realiseren?

Helemaal niet. Het formuleren van vakoverschrijdende eindtermen globaal voor het secundair onderwijs mag niet tot de interpretatie leiden dat alle eindtermen in alle graden aan bod moeten komen. Dit zou een onbedoelde verzwaring van de inspanningsverplichting tot gevolg hebben. Wel mag worden verwacht dat elke graad in elke school een redelijke inspanning levert ten opzichte van het geheel van de eindtermen. De inspanning per graad moet in verhouding staan tot de totale tijd die leerlingen in het secundair onderwijs doorbrengen. Het is niet mogelijk of wenselijk hiervoor strikte kwantitatieve criteria te hanteren. Met het oog op de schoolloopbaan van leerlingen is het belangrijk dat scholen communiceren over de keuzes die ze maken met betrekking tot de vakoverschrijdende eindtermen. Hier geldt het principe van de consecutiviteit: de tweede graad bouwt verder op de eerste, de derde graad op de tweede. In deze communicatie kunnen scholengemeenschappen een belangrijke rol spelen.

13. Waarom wordt leren leren nu afgesplitst?

Dat is niet zo. Leren leren wordt nagestreefd in samenhang en in combinatie met de eindtermen van de stam, de contexten en vakken. Leren is een voorwaarde om effect te behalen bij zowel vakgebonden als vakoverschrijdende eindtermen. Hoewel er hier sprake is van een zeer directe relatie, wordt leren leren toch apart vermeld. Dat heeft alles te maken met het graadgebonden aanbod van leren leren en met het specifiek karakter en het belang van deze VOET.
De lay-out van de VOET leren leren werd wel aangepast om zoveel mogelijk overzicht te bieden en op die manier ondersteunend te zijn voor leerkrachten.

14. Is muzisch-creatieve vorming afgeschaft?

Helemaal niet.
De eindtermen voor muzisch-creatieve vorming zijn herschreven zodat ze meer gericht zijn op cultuuropvoeding vanuit het perspectief van de kunst en zijn geïntegreerd in de stam en in verschillende contexten die zich daartoe leenden.

15. Moeten we als school kunnen bewijzen dat we deze vakoverschrijdende eindtermen bereiken?

Neen, voor de VOET geldt een inspanningsverplichting.
De school moet haar inspanningen kenbaar en zichtbaar maken (verantwoorden) voor de inspectie. Er staat geen kwantitatieve norm op de "inspanning". De school toont tijdens een doorlichting aan dat ze vanuit een eigen visie en met een eigen planning aan de vakoverschrijdende eindtermen werkt. Wanneer men zich in dit verband organiseert, is het goed volgende bedenking uit de Memorie van Toelichting in het achterhoofd te houden:
"Het formuleren van vakoverschrijdende eindtermen globaal voor het secundair onderwijs mag niet tot de interpretatie leiden dat alle eindtermen in alle graden aan bod moeten komen. … De inspanning per graad moet in verhouding staan tot de totale tijd die leerlingen in het secundair onderwijs doorbrengen… Deze samenhang wordt gerealiseerd door de school op basis van haar visie en prioriteiten."
Inspanning blijkt uit de dynamiek die men aan de dag legt. Vragen die de inspectie zich in dit verband stelt, zijn bijvoorbeeld: heeft men nagedacht over de nieuwe inhoudelijke accenten en over de verruimde mogelijkheden op vlak van organisatie vooraleer zich te (re-)organiseren en te handelen, welke ontwikkeling maakt men door en welke evolutie merken we met betrekking tot het nastreven van VOET, heeft men verwoord wat men wil bereiken bij leerlingen en zoekt men naar een gepaste manier om vorderingen in dit verband op te volgen, evalueert men af en toe zelf de kwaliteit van de processen die men m.b.t. VOET heeft uitgevoerd en zijn er als gevolg hiervan bijsturingen gebeurd of gaf het aanleiding tot ondersteuning van leerkrachten, ….

16. Er is geen gedoogperiode maar hoe kijkt de inspectie tijdens de overgang van de oude naar de nieuwe VOET?

De inspectie gaat na of de school inspanningen levert om de VOET na te streven. In het schooljaar 2009-2010 aanvaardt ze dat een school dit kan doen ofwel volgens de huidige visie en richtlijnen ofwel volgens het nieuwe concept.
Omwille van de overgang van de oude naar de nieuwe VOET wordt er rekening mee gehouden dat één en ander in beweging zal zijn, maar er is geen gedoogperiode en er wordt bijgevolg verwacht dat de toepassing van de nieuwe VOET vanaf 1/9/2010 bezig is.

17. Moeten we voor al deze VOET nieuwe projecten verzinnen?

Neen. Hoewel heel wat VOET werden geherformuleerd, werd ook behouden wat inhoudelijk relevant en haalbaar is.
Het is wellicht wel een goed idee om de bestaande initiatieven op school te toetsen aan het nieuwe VOET-concept om te kunnen detecteren voor welke nieuwe VOET nog geen inspanningen worden geleverd.

18. De stam bevat algemene vaardigheden en attitudes. Moeten we die stuk voor stuk verbinden met de verschillende contexten?

Neen. Het is niet zo dat alles met alles moet verbonden worden. Waar mogelijk, kunnen eindtermen uit stam, contexten, leren leren, ict in de eerste graad, technisch-technologische vorming in de tweede en derde graad ASO en vakken door het schoolteam worden gecombineerd tot – voor de school - zinvolle en relevante gehelen.

19. Mogen we de eindtermen uit de stam ook afzonderlijk nastreven?

Ja. De eindtermen uit de stam zijn multifunctioneel, d.w.z. zonder vermelding van context geformuleerd. Daardoor wordt het mogelijk gemaakt dat iedereen op school, onderwijsgevend of in een andere functie, ook ouders en andere schoolbetrokken externen, inspanningen kunnen leveren om elk van deze eindtermen na te streven wanneer de gelegenheid zich voordoet. Deze eindtermen kunnen dus zowel in samenhang met een of meer contexten, met vakgebonden doelstellingen of ook gewoon in de dagelijkse omgang met elkaar en afzonderlijk worden nagestreefd.

20. Hoe pakken we de communicatie met de ouders aan? Hoe kunnen we met hen samenwerken aan de VOET?

Het leren van leerlingen gebeurt niet enkel op school. Er is ook het informele en niet-schoolse leren thuis, in de vrije tijd, met leeftijdsgenoten, via lectuur of internet, enz.
Ouders zijn ‘eerstelijns opvoeders’. Ouders en leerkrachten zijn partners in het onderwijzen en opvoeden van kinderen en jongeren. Het is echter aan de school om te beslissen of en op welke wijze met ouders wordt gecommuniceerd over gelijk welk schooleigen onderwijsaanbod, dus ook over de VOET.
Omwille van het belang van samenwerking tussen school en ouders werden de koepels van ouderverenigingen door de overheid geïnformeerd over het nieuwe VOET-concept. Zij zullen via de geëigende kanalen deze informatie doorspelen naar de aangesloten ouderverenigingen.

-->

naar boven

Laatst gewijzigd op: 30/05/2017