Curriculum - site van de Vlaamse overheid

Secundair onderwijs - Derde graad ASO - Economie - Specifieke eindtermen

Uitgangspunten

De decretale specifieke eindtermen economie hebben betrekking op kennis, inzichten, vaardigheden en attituden waarmee leerlingen

Inhoudelijk kader

De decretale specifieke eindtermen economie ontlenen hun inhouden aan drie onderdelen van de economie:

Van leerlingen mag op het einde van de derde graad worden verwacht dat zij een economisch vraagstuk vanuit verschillende perspectieven kunnen benaderen en een standpunt kunnen innemen en beargumenteren op basis van een grondige probleemanalyse. Zij zijn in staat te reflecteren op de sociaal-ethische keuzes die economische beslissingen kunnen beÔnvloeden.

De onderzoekscompetentie bestaat uit opdrachten waarbij leerlingen een analyse maken van een economische context of van een probleem in een onderneming, een regio of een sector.

Overzicht

A     Markten

De leerlingen kunnen

  1. de rol van de marktprijs op diverse markten (productmarkt, arbeidsmarkt, financiŽle markt, wisselmarkt) illustreren met behulp van vraag- en aanbodschemaís;

  2. argumenteren waarom de overheid op nationaal en mondiaal niveau het marktevenwicht stuurt en het overheidsingrijpen in het marktgebeuren analyseren en evalueren;

  3. de wederzijdse afhankelijkheid van markten illustreren en verklaren;

  4. aantonen dat bij de allocatie van middelen via het marktmechanisme vragen van sociaal-ethische aard kunnen gesteld worden.

B     Ondernemingen

De leerlingen kunnen

  1. de onderneming als organisatie beschrijven en de belangrijkste ondernemingsvormen op grond van hun essentiŽle kenmerken vergelijken;

  2. aangeven welke rol het ondernemingsbudget vervult bij het ondernemingsbeleid en de voornaamste onderdelen van het budget weergeven;

  3. de voor- en nadelen van de voornaamste financieringsbronnen t.o.v. elkaar afwegen;

  4. de rol van het personeelsbeleid bij het optimaliseren van de ondernemingsprestaties toelichten;

  5. investeringsbeslissingen beoordelen en methodes beschrijven die ondernemingen toepassen om het productie- en voorraadbeleid te optimaliseren;

  6. aan de hand van de marketingmix aangeven, hoe de onderneming zich op de markt competitief tracht op te stellen;

  7. de betekenis, structuur, en mechanismen van rekeningen duiden met het oog op de interpretatie van jaarrekeningen en op basis van deze en andere instrumenten de ondernemingsprestaties afwegen tegenover de vooropgezette doelstellingen en de prestaties van sector.

C     Economische ontwikkeling

De leerlingen kunnen

  1. de samenstelling van en het verband tussen het nationaal product, het nationaal inkomen en de nationale bestedingen beschrijven;

  2. economische groei en indicatoren van economische groei kritisch beoordelen en vergelijken;

  3. de invloed van bepaalde gebeurtenissen en beleidsmaatregelen op de economische activiteit en op de prijzen, onder woorden brengen en grafisch weergeven;

  4. de mogelijkheden en beperkingen beschrijven van het voeren van respectievelijk een budgettair, een monetair en een handelsbeleid om conjunctuur en groei te beÔnvloeden.

D     Onderzoekscompetentie

De leerlingen kunnen

  1. zich oriŽnteren op een onderzoeksprobleem door gericht informatie te verzamelen, te ordenen en te bewerken;

  2. over een economisch vraagstuk een onderzoeksopdracht voorbereiden, uitvoeren en evalueren;

  3. de onderzoeksresultaten en conclusies rapporteren en ze confronteren met andere standpunten.



naar boven

Laatst gewijzigd op: 30/05/2017