Curriculum - site van de Vlaamse overheid

Secundair onderwijs - Tweede en derde graad ASO - Wiskunde - Specifieke eindtermen

Uitgangspunten

De decretale specifieke eindtermen wiskunde hebben betrekking op kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes waarmee leerlingen:

Inhoudelijk kader

De decretale specifieke eindtermen ontlenen hun inhouden uit:

Er moet aandacht besteed worden aan:

Deze vorming stelt leerlingen dan ook in staat door te stromen naar vervolgonderwijs met een sterke wiskundige component.

Overzicht

A. Algebra

De leerlingen kunnen

  1. delingen van veeltermen uitvoeren en het binomium van Newton gebruiken;
  2. complexe getallen meetkundig voorstellen en er bewerkingen mee uitvoeren;
  3. vierkantsvergelijkingen in ťťn complexe onbekende oplossen;
  4. met behulp van matrices problemen wiskundig modelleren en oplossen;
  5. de basiseigenschappen van een reŽle vectorruimte (beperkt tot dimensie 2 en 3) herkennen en gebruiken.

B. Analyse

De leerlingen kunnen

  1. het verloop van een functie onderzoeken, in het bijzonder voor veelterm-functies en voor rationale, irrationale, goniometrische, exponentiŽle en logaritmische functies, met beperking van de moeilijkheidsgraad;
  2. een definitie formuleren voor begrippen uit de analyse en de samenhang met hun gebruik in toepassingen aangeven;
  3. de eerste en de tweede afgeleide van functies berekenen en ze in concrete situaties gebruiken;
  4. de bepaalde en de onbepaalde integraal van functies berekenen en ze in concrete situaties gebruiken;
  5. met behulp van de beschikbare analysekennis problemen wiskundig modelleren en oplossen;
  6. bij het oplossen van vergelijkingen of ongelijkheden, het omvormen van functievoorschriften, het berekenen van afgeleiden of integralen op een verantwoorde wijze gebruik maken van rekenregels, formules en manuele rekentechnieken;
  7. bij het onderzoeken van functies, het oplossen van vergelijkingen of ongelijkheden, bij berekeningen van afgeleiden en integralen en bij het oplossen van problemen geformuleerd met behulp van functies op een verantwoorde wijze gebruik maken van ict-middelen.

C. Meetkunde

De leerlingen kunnen

  1. rechten en vlakken door vergelijkingen voorstellen en hun onderlinge ligging bespreken;
  2. afstanden tussen punten, rechten en vlakken berekenen;
  3. meetkundige problemen met diverse hulpmiddelen voorstellen en oplossen.

D. Statistiek en kansrekening

De leerlingen kunnen

  1. wetten van de kansrekening toepassen voor onafhankelijke en voor afhankelijke gebeurtenissen;
  2. de binomiale verdeling of de normale verdeling gebruiken als model bij een kansexperiment.

E. Discrete wiskunde

De leerlingen kunnen

  1. telproblemen of problemen met betrekking tot discrete veranderings-processen wiskundig modelleren en oplossen.

F. Wiskunde en cultuur

De leerlingen kunnen

  1. inzicht verwerven in de bijdrage van wiskunde tot de ontwikkeling van exacte en humane wetenschappen, techniek, kunst en het kritische denken.

G. Onderzoekscompetentie

De leerlingen kunnen

  1. zich oriŽnteren op een onderzoeksprobleem door gericht informatie te verzamelen, te ordenen en te bewerken;
  2. een onderzoeksopdracht met een wiskundige component voorbereiden, uitvoeren en evalueren;
  3. de onderzoeksresultaten en conclusies rapporteren en ze confronteren met andere standpunten.

naar boven

Laatst gewijzigd op:
05/05/2017